Opbouw huid

De huid is opgebouwd uit drie lagen, de opperhuid, lederhuid en het onderhuids bind- en vetweefsel. Deze lagen hebben ieder hun eigen specifieke functies.

De opperhuid

De opperhuid (epidermis) is het buitenste laagje van de huid. Het bestaat voor het grootste deel uit hoorncellen, die voortdurend worden vernieuwd vanuit de onderste laag van de opperhuid. De opperhuid vormt het laagje waar huidverzorgingsproducten hun werking hebben. Doordat de opperhuid zichzelf continu vernieuwt zal er geen litteken achterblijven wanneer er een beschadiging optreedt.
• De opperhuid vormt de huidbarrière met als bescherming de hydrolipidenlaag, die uit water en vetten (lipiden) bestaat.
• De bovenste laag van de opperhuid wordt ook wel de ‘stratum corneum’ of hoornlaag genoemd.
• De hoornlaag is op sommige delen van de huid extra dik, zoals op de voetzolen en de handpalmen.
• De aangroei en afschilfering van dode huidcellen houden elkaar daarbij in evenwicht, zodat de huid niet steeds dikker wordt.

Vernieuwing van de huid

De opperhuid is zeer actief en vernieuwt zich elke maand vanuit de onderste laag van de opperhuid. De nieuwgevormde hoorncellen schuiven steeds verder op naar de oppervlakte van de huid. Ze worden door de voortdurende aanmaak van nieuwe cellen naar boven geduwd. Eenmaal boven in de opperhuid zijn ze dood. Maar eenmaal dood, blijven ze toch heel belangrijk. Deze dode cellen vormen samen een moeilijk doordringbaar schild tegen externe invloeden. Daarnaast biedt het pantserbescherming tegen uitdroging van de huid.

De lederhuid

Onder de opperhuid ligt de lederhuid (dermis). Deze laag bestaat uit een stevige constructie van bindweefsel. De lederhuid is qua inhoud afwisselender dan de opperhuid. Hier bevinden zich de lymfevaten, die afvalstoffen afvoeren, en de zenuwen, die zorgen voor het tastgevoel, de pijngeleiding en het temperatuurgevoel.

Ook de bloedvaten bevinden zich in de lederhuid. Zij spelen een belangrijke rol in de temperatuurregeling van het lichaam. Door verwijding van de bloedvaten kan extra warmte aan de buitenwereld worden afgegeven. Door vernauwing van de bloedvaten kan de afgifte van warmte worden beperkt, zodat geen kostbare energie verloren gaat. De bloedvoorziening is een ingenieus systeem dat de voedsel- en zuurstofvoorziening tot in de verste uithoeken van de lederhuid en de onderste lagen van de opperhuid nauwkeurig regelt.
• De lederhuid is de laag die voeding van de opperhuid reguleert en tevens de laag die beschermend werkt tegen invloeden van buitenaf; je kunt deze laag zien als een soort matras.
• Collageen is de grootste structurele component van de lederhuid en zorgt samen met elastine voor stevigheid en elasticiteit van je huid.
• Glycosaminoglycans, waaronder hyaluronzuur zijn een zeer belangrijk onderdeel van de huid. Het zijn extreem goede vochtbinders en zorgen mede voor stevigheid en flexibiliteit van de huid; ze versterken de huidbarrière en beschermen tegen schadelijke invloeden van buitenaf.

Verdedigingsmechanisme van de huid

In de lederhuid bevindt zich ook het belangrijkste deel van de actieve verdedigingsmechanismen van de huid. Via een systeem waarin speciale witte bloedcellen een belangrijke rol spelen, kunnen virussen en bacteriën worden herkend en gericht onschadelijk worden gemaakt.

De lederhuid zorgt ook voor de elasticiteit van de huid. Als de huid veroudert of beschadigt, door zonlicht bijvoorbeeld, nemen elasticiteit en veerkracht af. De lederhuid wordt niet zoals de opperhuid vernieuwd. Een beschadiging aan de lederhuid blijft daarom altijd zichtbaar als een litteken.

Het onderhuids bindweefsel

Onder de lederhuid ligt het onderhuids bindweefsel. Dit bindweefsel vormt de scheidslijn tussen de huid en de spieren en pezen in ons lichaam. Het beschermt de onderliggende organen en bepaalt de veerkracht van de huid en lichaamsvorm. Het bestaat vooral uit vet, bindweefselschotten en bloedvaten. Vet zorgt voor extra isolatie van het lichaam. Tevens is het ook een bron van energie in tijden van schaarste.

De dikte van het onderhuidse bindweefsel verschilt van plaats tot plaats. Het is bijvoorbeeld heel dun op het scheenbeen en in de huid die over de gewrichten ligt. Op de buik, billen en rug kan het onderhuids bindweefsel heel dik zijn.